Warning: Class '\Joomla\CMS\Document\Renderer\Html\ModulesRenderer' not found in /home/users/flybaftp/flyballcompetitie.nl/libraries/loader.php on line 648
Workshops & demonstraties - Flyballcompetitie.nl
­

 

REGLEMENT FLYBALL NEDERLANDSE BAK

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN/ DEFINITIES. 4

  1. INSTANTIES. 4
  2. ALGEMEEN. 4
  3. OFFICIALS / VERANTWOORDELIJKEN. 4
  4. DEELNEMERS. 4

HOOFDSTUK II. INSCHRIJVING EN TOELATING.. 5

  1. INFORMATIE. 5
  2. STARTLICENTIE. 5
  3. INSCHRIJFPROCEDURE. 5
  4. TOELATING.. 6

HOOFDSTUK III WEDSTRIJDREGLEMENT. 7

  1. COMPETITIETOERNOOIEN. 7
  2. COMPETITIEREGLEMENT. 7
  3. VOORRONDE. 8

4 EINDRONDE. 8

HOOFDSTUK IV OFFICIALS. 9

  1. SCHEIDS- EN LIJNRECHTERS. 9
  2. WEDSTRIJDLEIDER. 9
  3. FUNCTIONARISSEN. 9

HOOFDSTUK V WEDSTRIJDORGANISATIE. 9

  1. TOV. 9
  2. CATALOGUS. 10
  3. METEN VAN HONDEN. 10
  4. WEDSTRIJDUITSLAGEN. 10
  5. AFDRACHT AAN DE RVB. 10

HOOFDSTUK VI FLYBALLRING EN MATERIALEN. 11

  1. INRICHTING FLYBALLRING.. 11
  2. HINDERNISSEN. 11
  3. FLYBALLAPPARAAT. 11
  4. BALLEN. 12

HOOFDSTUK VII WEDSTRIJDREGLEMENT. 12

  1. TEAM.. 12
  2. INSPRINGEN. 12
  3. BETREDEN WEDSTRIJDRING.. 12
  4. RACE. 12
  5. STARTEN. 12
  6. OMGOOIEN VAN HINDERNISSEN. 13
  7. VANGEN VAN DE BAL. 13
  8. BALLENLADER. 13
  9. SCHEIDSRECHTER. 13
  10. LIJNRECHTER(S) 14

HOOFDSTUK VIII STRAF- en SLOTBEPALINGEN. 15

  1. AANSPRAKELIJKHEID.. 15
  2. TOV. 15
  3. HONDEN EN/OF DEELNEMER. 15
  4. GEDRAG EN ETIQUETTE. 15
  5. COMPETENTIE. 16
  6. STRIJDIGHEID en DISPENSATIE. 16

BIJLAGEN. 17

TEKENING HINDERNIS. 17

TEKENING BAK. 18

FB-2 FORMULIER. 19

FB-4 FORMULIER. 20

FB-5 FORMULIER. 21

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN/ DEFINITIES

1. INSTANTIES

  1. Raad van Beheer: de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna te noemen “de RvB”.
  2. Stichting GGB: de Stichting Gedrag, Gehoorzaamheid en Behendigheid waarbij verenigingen zijn aangesloten en derhalve erkend.
  3. Commissie Flyball: De Commissie Flyball als bedoeld in artikel V.61 van het Kynologisch Reglement van de Vereniging “Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland”., hierna te noemen ‘CF’.
  4. Erkende vereniging: een door de RvB erkende vereniging of een vereniging die aangesloten is bij de Stichting Gedrag, Gehoorzaamheid en Behendigheid.
  5. Organisator: de vereniging die een toernooi organiseert, dan wel het bestuur of de secretaris van deze vereniging, hierna te noemen ‘TOV’.
  6. Sport Raad: overlegorgaan tussen sportcommissies onderling voor het maken van gezamenlijk beleid.

2. ALGEMEEN

  1. Kynologisch Reglement: het Kynologisch Reglement van de RvB, hierna te noemen “KR”.
  2. Toernooi: elk flyball toernooi die wordt georganiseerd onder auspiciën van de RvB.
  3. Categorieën: Klasse A, B, C (bij meer dan 15 teams) en D.
  4. Startlicentie: een licentie voor alle honden die deelnemen aan flyball toernooien die gehouden worden onder auspiciën van de RvB .
  5. Wedstrijdseizoen: het wedstrijdseizoen voor de competitietoernooien loopt van 1 maart tot 31 oktober.
  6. Wedstrijdring: het afgebakende gedeelte van een terrein, waar de wedstrijden plaatsvinden.
  7. Toernooidatum: De toernooidatum is de dag, waarop het toernooi daadwerkelijk plaatsvindt.
  8. EJS systeem: Het Elektronisch Jurering Systeem.

3. OFFICIALS / VERANTWOORDELIJKEN

  1. Gedelegeerde: een door de RvB aangewezen persoon die haar bij een toernooi kan vertegenwoordigen en namens haar toeziet op de naleving van dit reglement.
  2. Scheidsrechter: degene die in die functie is benoemd door de RvB en bij een toernooi moet toezien op het naleven van de spelregels en hierover een oordeel moet uitspreken .
  3. Lijnrechter: degene die in die functie is aangewezen door de RvB en bij een toernooi (mede) moet toezien op het naleven van de spelregels en hierover een oordeel moet uitspreken.
  4. Wedstrijdleider: de persoon die namens de TOV optreedt tijdens een toernooi.
  5. Wedstrijdverantwoordelijke CF: aanspreekpunt/verantwoordelijke tijdens de toernooi dag vanuit de CF, waarbij zowel de TOV, official of coach terecht kan. Waar nodig kan deze verantwoordelijke een besluit nemen waarin het reglement niet voorziet.

4. DEELNEMERS

  1. Competitieteam: een team welke uit minimaal 6 en maximaal 8 honden bestaat.
  2. Dagteam: een team welke uit minimaal 5 en maximaal 6 honden bestaat.
  3. Handler: de persoon die een hond van het team tijdens de wedstrijd laat starten.
  4. Coach: persoon die voor het team aanspreekpunt /hoofdverantwoordelijk is.
  5. Ballenlader: persoon die tijdens de wedstrijd het flyball apparaat bedient
  6. Rashond: iedere hond die is ingeschreven in de Nederlandse Stamboekhouding of waarvoor die inschrijving is aangevraagd en niet is geweigerd.
  7. Rasloze hond: iedere hond die niet geregistreerd staat als rashond.

 

 

HOOFDSTUK II. INSCHRIJVING EN TOELATING

1. INFORMATIE

  1. De wedstrijdkalender wordt door de RvB op haar website (houdenvanhonden.nl) gepubliceerd. Tevens wordt de wedstrijdkalender geplaatst op www.flyballcompetitie.nl.
  2. De volgende gegevens om in te schrijven staan tevens op flyballcompetitie.nl gepubliceerd.
  3. De naam van de TOV;
  4. De toernooidatum;
  5. Het terrein waar het toernooi zal worden gehouden;
  6. Vanaf welke datum mag worden ingeschreven c.q. de betaling mag plaatsvinden;
  7. De sluitingsdatum van de inschrijving;
  8. De kosten van inschrijving en de wijze van betaling;
  9. De eventuele bijzondere bepalingen.

2. STARTLICENTIE

  1. Honden die deelnemen aan flyball toernooien, welke gehouden worden onder auspiciën van de RvB dienen in het bezit te zijn van een geldige startlicentie of deze te hebben aangevraagd.
  2. De startlicentie is één kalenderjaar geldig.
  3. De kosten van de licentie worden jaarlijks door de RvB vastgesteld.
  4. De startlicentie dient door de handler bij de RvB aangevraagd en betaald te worden. Dit kan via: https://sport.raadvanbeheer.nl/.
  5. Bij verandering van vereniging wordt dit in het lopende jaar niet op de licentie veranderd en wordt tevens geen nieuwe startlicentie afgegeven. Er mag echter wel worden deelgenomen aan wedstrijden bij de nieuwe vereniging.
  6. Handlers die voor het eerst met een hond willen deelnemen aan een flyball toernooi en onderdeel zijn van een dagteam kunnen door middel van een proef startlicentie meedoen. De proef startlicentie kan aangevraagd worden door de coach op flyballcompetitie.nl. De proef startlicentie is 1 wedstrijdseizoen geldig en kan voor maximaal 3 toernooien worden gebruikt. Daarna zal er een startlicentie via de RvB aangevraagd moeten worden.

3. INSCHRIJFPROCEDURE

  1. Inschrijven voor een toernooi kan via flyballcompetitie.nl. Hierop staan tevens de wedstrijdformulieren FB-2 en FB-4 gepubliceerd, welke men kan downloaden.
  2. Aanmelding voor de competitie dient minimaal 8 weken voor aanvang van het eerste toernooi plaats te vinden. Het FB-4 formulier dient minimaal 1 week voor aanvang van de competitie volledig ingevuld verstuurd te worden naar info@flyballcompetitie.nl.
  3. Ieder toernooi gaat 8 weken voor de toernooidatum open voor inschrijving. De eerste 2 weken hebben de competitieteams voorrang. Indien het toernooi het maximaal aantal inschrijvingen heeft bereikt is er geen mogelijkheid meer tot inschrijven. De inschrijving voor een toernooi sluit 3 weken voor aanvang van het toernooi.
  4. De inschrijvingen dienen op volgorde van inschrijving behandeld te worden.
  5. De betaling van het inschrijfgeld dient, onder vermelding van Flyball/ toernooidatum/ naam team(s), plaats te vinden aan de TOV. De TOV kan 3 weken voor aanvang van het toernooi aangeven dat een team nog niet betaald heeft. Het betreffende team heeft dan nog een week de tijd om de betaling te voldoen. Als de betaling met 2 weken voor aanvang van het toernooi nog niet is voldaan, kan het team geweigerd worden op de toernooi dag. Voor het volledige inschrijfproces wordt verwezen naar flyballcompetitie.nl.
  6. Op de toernooi dag dient het wedstrijdformulier FB-2, volledig ingevuld op basis van het wedstrijdschema (minimaal 1 uur voor aanvang van het toernooi) ingeleverd te worden bij het wedstrijdsecretariaat van de TOV.
  7. Een toernooi vindt geen doorgang, indien er minder dan 10 teams zijn ingeschreven aan het einde van de inschrijfperiode. De reeds ingeschreven teams zijn dan geen inschrijfgeld verschuldigd of er volgt restitutie
  8. Indien een toernooi buiten de schuld van de TOV geen doorgang kan vinden na sluitingsdatum maar voorafgaand aan de toernooi dag, volgt er een restitutie van minimaal 50% van het inschrijfgeld. Indien een toernooi buiten de schuld van de TOV geen doorgang kan vinden, dan wel gestaakt wordt gedurende de toernooi dag hoeft de vereniging geen restitutie te verlenen.
  9. Indien een team zich terugtrekt voor de sluitingsdatum, is er geen geldige inschrijving. Daarmee is het team geen inschrijfgeld verschuldigd, dan wel volgt restitutie indien een team al betaald heeft.
  10. Indien een team zich terugtrekt na de sluitingsdatum, hoeft de vereniging geen restitutie te verlenen.
  11. Een dagteam dient op de toernooi dag uit minimaal 5 en maximaal 6 honden te bestaan.
  12. Het minimaal aantal honden per competitieteam, actief op een wedstrijd in de voorronde, is 6. Ieder competitieteam mag per wedstrijdseizoen maximaal 3 toernooien met 5 honden deelnemen aan de voorronde.
  13. Bij een langdurige blessure e/o overlijden van een hond, mag deze met een doktersverklaring vervangen worden voor de rest van het seizoen.
  14. Indien een team door wat voor reden dan ook uit minder dan 5 honden gaat bestaan tijdens de voorronde, wordt dit team voor de voorronde uitgesloten. Voor de eindronde geldt een beperking van minimaal 4 honden.
  15. Voor aanvang van het toernooi moet het team, welke wil deelnemen aan de competitie, minimaal 6 tot maximaal 8 honden opgeven. Aan een toernooi dag mogen nooit meer dan 6 honden in 1 team deelnemen.
  16. Het aantal honden, opgegeven middels het FB-4 formulier is bepalend voor het hele seizoen. Het is niet toegestaan om de opgave voor een team van 6 of 7 honden tijdens het wedstrijdseizoen uit te breiden naar 7 of 8 honden.
  17. Het is mogelijk dat in een team, welke zich inschrijft voor de dagklasse D, maximaal 2 honden zijn opgenomen welke ook in de jaaropgave voor de competitieklassen zijn ingeschreven. Als het betreffende competitie team(s) ook op dit toernooi heeft ingeschreven dient dit competitieteam uit 6 honden te bestaan.
  18. Bij over-inschrijving is het de TOV toegestaan om een limiet te stellen van 2 teams per klasse per inschrijvende vereniging.
  19. Wanneer door omstandigheden (besloten wordt dat) de eindronde komt te vervallen wordt de prijsuitreiking gedaan o.b.v. de vier snelst gelopen tijden in de voorronde.

 

4. TOELATING

  1. Om tot een toernooi te kunnen worden toegelaten dient de handler op de dag van het toernooi te kunnen overleggen:
  2. Een hondenlogboek stamboomhonden van de RvB voor de ingeschreven hond, of een hondenlogboek stamboomloze (rasloze) honden van de RvB voor de ingeschreven hond en,
  3. een geldige startlicentie.
  4. Tot een toernooi mogen ondanks inschrijving niet worden toegelaten:
  5. Honden die niet getatoeëerd of gechipt zijn;
  6. Loopse- en/of zichtbaar drachtige teven;
  7. Gewonde- en/of zichtbaar zieke honden.
  8. Als de scheidsrechter constateert dat een hond in strijd met het KR is ingeschreven, moet hij de betreffende combinatie alsnog uitsluiten van deelname aan het toernooi.

 

 

HOOFDSTUK III WEDSTRIJDREGLEMENT

1. COMPETITIETOERNOOIEN

  1. Voor het organiseren van competitietoernooien is voorafgaande schriftelijke toestemming van de CF vereist.
  2. Aanvragen voor een competitietoernooi dienen vóór 1 oktober van ieder jaar schriftelijk te worden ingediend bij de CF.
  3. Bij de aanvraag dient de TOV minimaal drie voorkeurdata op te geven.
  4. De wedstrijdkalender zal uiterlijk 15 januari van ieder jaar bekend worden gemaakt door de CF.
  5. Na bekendmaking van de definitieve wedstrijdkalender aan de TOV moeten deze binnen 4 weken het informatie wedstrijdformulier FB-5 ingevuld opsturen naar de CF.
  6. De toernooien worden gewoonlijk in het weekeinde georganiseerd.
  7. De TOV dient te beschikken over een terrein waar minimaal één ring kan worden uitgezet.
  8. Als er meer dan 16 teams hebben ingeschreven, dient de TOV de nagekomen aanmeldingen te annuleren, of, in overleg met de CF, een 2e ring met EJS Systeem in te plannen.
  9. De indeling van de voorronde wordt gemaakt door de CF. Deze dient de indeling minimaal 2 weken voor aanvang van het toernooi te sturen naar de TOV.
  10. De indeling van de eindronde dient in overleg plaats te vinden met de CF.
  11. Op een competitietoernooi dient voor een wedstrijd 6 minuten ingepland te worden. Daarvan zijn 2 minuten beschikbaar voor:
  12. Plaatsing van het flyballapparaat.
  13. Instellen juiste hindernishoogte.
  14. Opstellen van het team.
  15. Opstelling doorgeven aan de lijnrechter.
  16. De scheidsrechter geeft door middel van een fluitsignaal het einde van deze 2 minuten aan. Deze regel geldt alleen bij de 1e race als beide teams in de ring aanwezig zijn. De teams dienen dan klaar te staan om de wedstrijd te starten. Het fluitsignaal dient tegelijkertijd als signaal voor de lijnrechter, om het EJS systeem binnen 30 seconden te starten.
  17. Op competitietoernooien mag naast de competitieklassen ook een dagklasse worden opengesteld.
  18. De TOV is verplicht het laatst uitgegeven reglement Flyball te hanteren zoals die door de RvB is uitgegeven. De RvB zal op haar website (raadvanbeheer.nl) vermelden welke druk van het reglement geldig is.
  19. Een Flyball toernooi dient te worden georganiseerd zoals beschreven in het reglement Flyball Nederlandse Bak.
  20. De verantwoordelijkheid betreffende de organisatie, inschrijfgelden, verzekeringen en eventuele andere kosten berust geheel bij de TOV.
  21. Een toernooi bestaat uit een voorronde en een eindronde.

2. COMPETITIEREGLEMENT

  1. De competitieteams zullen evenredig worden ingedeeld op basis van het aantal ingeschreven teams, met de in de hoogste klasse, het meeste aantal teams.
  2. t/m 7 teams 1 klasse A
  3. 8 t/m 14 teams 2 klassen A+ B
  4. 15 t/m 21 teams 3 klassen A+B+C (bij meer dan 15 competitie teams)

Een voorbeeld, bij 20 ingeschreven teams = A klasse; 7 teams, B klasse: 7 teams en C klasse: 6 teams.

  1. Een team deelnemend als competitieteam start elk toernooi met een tijd van 60 seconden. Het competitieteam kan deze tijd vervolgens verbeteren. Als het aantal voor de competitie meetellende toernooien is gehaald, worden de gelopen tijden derhalve verbeterd.
  2. Een ingeschreven competitieteam kan ook deelnemen als dagteam. Dan blijft de tijd van 60 seconden staan voor dat betreffende toernooi
  3. Per competitietoernooi wordt voor elk deelnemend team de gemiddelde dagtijd bepaald aan de hand van de zes snelste tijden van de voorronde.
  4. De competitietijd/dagtijd van een team wordt afgerond met 2cijfers achter de komma.
  5. De maximale speeltijd per race is 60 sec.
  6. De RvB stelt jaarlijks de wedstrijdkalender vast, waarop de competitietoernooien staan aangegeven. Het aantal toernooi dat bepalend is voor de totaaleinduitslag is de helft + 1. Dit aantal wordt naar boven afgerond. In het geval van 13 op de wedstrijdkalender vastgestelde toernooien betreft dit = 6½ + 1 = 7½ = 8 toernooien. In het geval van 14 op de wedstrijdkalender vastgestelde toernooien, betreft dit = 7 + 1 = 8 toernooien.
  7. Om het winnende team van de competitieklassen vast te stellen wordt de navolgende procedure gehanteerd:
  8. Om mee te mogen dingen naar de hoogste plaats in de competitie dient men aan minimaal de helft + 1 van het aantal georganiseerde toernooien te hebben deelgenomen.
  9. Na het voor de competitie meetellende laatste toernooi worden van ieder team de zes snelste tijden uit de op ieder toernooi gelopen voorronde (welke gelopen is als competitieteam) geselecteerd en opgeteld. Het team met de laagste totaaltijd per klasse is winnaar van de competitie.
  10. Honden die voor een toernooi in enig team ingeschreven worden, dienen minimaal de leeftijd van 15 maanden bereikt te hebben. Bepalend voor deelname is de leeftijd ten tijde van de betreffende toernooi dag.
  11. Een hond die deelneemt aan de competitie mag niet tijdens de competitie deelnemen bij een competitieteam van een andere vereniging.
  12. Per deelnemend team op een toernooi zijn niet meer dan twee honden toegestaan van hetzelfde ras of variëteit. Zulks conform de ras indeling van de FCI. Een hond zonder stamboom, die het uiterlijk vertoont van een rashond, wordt beschouwd als zijnde een exemplaar van het ras waarop de hond lijkt. Een kruising Border Collie, met het uiterlijk vertoon van een Border Collie, wordt aangemerkt als zijnde van het ras Border Collie.
  13. De prijsuitreiking op het eindtoernooi voor wat betreft de competitiewinnaars in de wedstrijdklassen (A en B en, indien van toepassing, C) geschiedt door een vertegenwoordiger van de RvB e/o lid CF.

3. VOORRONDE

  1. De wedstrijden in de voorronde bestaan uit 5 maal 2 races
  2. Bij de indeling van de voorrondes zullen zoveel mogelijk meerdere teams van één vereniging in 1 ring worden ingedeeld. Dit om het op elkaar wachten en daarmee uitloop van het toernooi te verminderen. Hierdoor kan het voorkomen dat een competitieteam tegen een dagteam loopt. Bij de indeling zal wel geprobeerd worden om zoveel als mogelijk competitieteams tegen elkaar te laten lopen.
  3. Indien in de voorronde een team dusdanig benadeeld wordt dat de race gestaakt moet worden, krijgt het veroorzakende team een tijd van 60 seconden. Het gedupeerde team krijgt geen tijd toegemeten, maar mag de race overlopen. Indien het gedupeerde team gebruik wil maken van de mogelijkheid om over te lopen, zal dit direct na de betreffende race geschieden met diezelfde honden welke in de betreffende race hebben gelopen.
  4. Lid c is eveneens van toepassing indien een team gedupeerd wordt door een defecte tijdwaarneming. De coach bepaalt of er wordt overgelopen of dat de handtijdwaarneming geldt.
  5. Een team zal in de voorronde niet meer dan 3 wedstrijden per uur racen. Na ieder wedstrijd-uur is er een pauze van 15 minuten.
  6. De pauze tussen de voorronde en eindronde is minimaal 45 minuten.
  7. Alle ingeschreven honden van een team dienen tijdens de voorronde in elke wedstrijd minimaal 1 keer ingezet te worden.
  8. Indien één van de zes honden gedurende de voorronde uitvalt voordat alle 10 de races zijn gelopen geldt deze dag als deelname aan het toernooi met vijf honden.

4 EINDRONDE

  1. Het plaatsingscijfer voor de eindronde wordt per team bepaald door het totaal van de 4 snelste tijden uit de voorronde. Het team met het laagste totaal van de 4 snelste tijden krijgt voor de eindronde plaatsingscijfer 1, het team met de daaropvolgende totaaltijd nummer 2, enzovoorts. Vervolgens worden de teams ingedeeld in het eindrondeschema.
  2. Het aantal poules in de eindronde is afhankelijk van het aantal deelnemende teams. De verdeling zal evenredig plaatsvinden. Ook de dagteams zullen hierin meegenomen worden.
  3. Indien een team door haar wedstrijdresultaat in de eindronde 2 maal achtereen een wedstrijd heeft gelopen, zal de daaropvolgende wedstrijd voor dat team minimaal 10 minuten later zijn.
  4. De wedstrijden in de eindronde bestaan uit maximaal 3 races. Dit betekent dat het team, welke als eerste 2 races gewonnen heeft, de winnaar van de wedstrijd is.
  5. De wedstrijden en uitslagen in de eindronde staan los van de competitie.

 

 

 

HOOFDSTUK IV OFFICIALS

1. SCHEIDS- EN LIJNRECHTERS

  1. Scheids- en lijnrechters worden uitgenodigd door de TOV. Dit dient uiterlijk 4 weken voor aanvang van de competitie te geschieden. Een lijst van beschikbare officials zal voor aanvang van het seizoen beschikbaar worden gesteld door de CF aan de TOV.
  2. De scheids- en lijnrechters hebben recht op een onkostenvergoeding, welke door de RvB is vastgesteld op een bedrag van € 50,00 per dag per official. Per ring zijn er drie officials benodigd. De kosten komen ten laste van de
  3. Tenminste één week voor de dag van de wedstrijd zendt de TOV aan de scheids- en lijnrechters informatie over de plaats, de aanvangstijd en de dagindeling van het toernooi.

2. WEDSTRIJDLEIDER

  1. De TOV wijst voor het toernooi een wedstrijdleider aan.
  2. Deze is belast met de voorbereiding en met de zorg voor een ordelijk verloop van de toernooi dag.
  3. De wedstrijdleider zorgt er tevens voor dat het hindernismateriaal en de overige, voor het toernooi de benodigde, attributen in goede orde en tijdig op het terrein van de TOV aanwezig zijn.

3. FUNCTIONARISSEN

  1. De wedstrijdleider wijst voor het toernooi tenminste 2 mensen aan voor het wedstrijdsecretariaat, welke zorgen voor de verwerking van de wedstrijdformulieren FB-2 van de voorronde en de uitslagen van de eindronde.
  2. De wedstrijdleider wijst voor iedere ring 2 schrijvers aan welke de tijden van de races en de lopende honden noteren.

 

HOOFDSTUK V WEDSTRIJDORGANISATIE

1. TOV

  1. De TOV is verantwoordelijk voor de gehele organisatie van het toernooi.
  2. Inschrijfgelden komen aan de TOV ten goede. Alle kosten, die van verzekeringen daaronder begrepen, komen voor diens rekening.
  3. De TOV moet beschikken over een wedstrijdterrein waarop ringen van tenminste 20 x 45 meter kunnen worden uitgezet.
  4. Indien er twee ringen worden uitgezet, moet er tussen de ringen een gesloten afscheiding of een tussenruimte van tenminste vijf meter aanwezig zijn.
  5. De TOV is tijdens competitietoernooien verplicht elektronische- en indien nodig handmatige tijdwaarneming toe te passen.
  6. Op het wedstrijdterrein moet humane- en veterinaire hulp aanwezig zijn of op zeer korte termijn beschikbaar kunnen zijn.
  7. De TOV dient te beschikken over een kantine.
  8. De bodemgesteldheid van het terrein dient zodanig vlak te zijn dat dit geen gevaar oplevert voor de honden of hun handlers.
  9. De TOV stelt voor iedere categorie bekers of gelijkwaardige prijzen beschikbaar.
  10. Als prijzen mogen geen geldbedragen beschikbaar worden gesteld.
  11. Het afgelasten van een toernooi voor of tijdens de toernooi dag zal in overleg met de Wedstrijdverantwoordelijke CF plaatsvinden.
  12. De TOV ontvangt 2 weken voorafgaand aan de toernooi dag het werkbestand van de CF. Indien hierin nog aanpassingen worden gemaakt, zal 1 week voor de toernooi dag een nieuw bestand worden toegestuurd.

 

2. CATALOGUS

  1. De TOV is verplicht een catalogus te maken en deze digitaal beschikbaar te stellen.
  2. De volgende gegevens dienen minimaal in de catalogus te worden vermeld:
  3. Alle ingeschreven teams;
  4. Inspringschema;
  5. De naam van de gedelegeerde indien deze is aangewezen;
  6. De namen van de scheids- en lijnrechter(s);
  7. De wedstrijdschema’s;
  8. Ruimte voor het invullen van wedstrijdresultaten;
  9. Wedstrijdkalender voor de rest van het seizoen.
  10. De door de CF gemaakte wedstrijdindeling wordt 2 weken voorafgaand aan de toernooi dag op flyballcompetitie.nl geplaatst. Eventuele fouten kunnen door coaches worden doorgegeven, tot uiterlijk 1 week voorafgaande aan de toernooi dag. Nadien worden geen aanpassingen meer verricht.

3. METEN VAN HONDEN

  1. Op het eerste toernooi van een deelnemende hond, dient voor aanvang van de wedstrijden door twee scheidsrechters de schofthoogte van de hond opgemeten te worden.
  2. De schofthoogte dient in het rashondenlogboek c.q. werkboekje te worden genoteerd en door de scheidsrechter te worden gedateerd en afgetekend.
  3. Gewenst is dat er een rustige ruimte beschikbaar wordt gesteld om de meting te kunnen uitvoeren.

4. WEDSTRIJDUITSLAGEN

  1. In het rashondenlogboek c.q. werkboekje dient te worden genoteerd en door de scheidsrechter te worden afgetekend:
  2. Aard van de wedstrijd;
  3. TOV;
  4. Plaats en datum waar het wedstrijd wordt gelopen;
  5. Het totaal van de 6 snelste tijden in de voorronde;
  6. De plaatsing van het team in de eindronde;
  7. Naam van de scheidsrechter.
  8. De TOV draagt er zorg voor dat de wedstrijduitslagen (de uitslag van de voor- en eindronde), welke zijn verwerkt in het werkbestand digitaal aan de wedstrijdverantwoordelijke CF wordt overhandigd. Hiervoor wordt een USB-stick ter beschikking gesteld. De ingevulde FB-2 formulieren moeten tevens aan deze persoon worden overhandigd. De uitslagen worden vervolgens door de CF gecontroleerd alvorens definitief gepubliceerd op flyballcompetitie.nl.
  9. De TOV dient de wedstrijduitslagen welke op het scorebord worden vermeld, de uitslagen en de catalogus minimaal één jaar te bewaren.
  10. De uitslag van een toernooi is slechts rechtsgeldig als de gegevens akkoord zijn bevonden door de CF.

5. AFDRACHT AAN DE RVB

  1. De CF draagt zorg voor opgave van het aantal deelnemende honden aan de RvB.
  2. De RvB zendt aan de hand van het aantal ingeschreven combinaties een rekening met vermelding van de BTW aan de betreffende vereniging met betrekking tot de afdracht. Deze afdracht wordt jaarlijks door Raad vastgesteld en aan de verenigingen medegedeeld.

 

 

 

HOOFDSTUK VI FLYBALLRING EN MATERIALEN

1. INRICHTING FLYBALLRING

  1. Een flyballring bestaat uit:
  • 2 flyballbanen met scheidingswanden;
  • 2 tafels;
  • 4 stoelen;
  • Stroomvoorziening t.b.v. EJS en laptops
  • Reservebank voorzien van een 6 meter lange dichte afscheiding, inclusief een dicht middenstuk. De reservebank is tevens overdekt door middel van een partytent of parasol.
  1. Op 1,5 meter vanaf de buitenkant van de flyballbanen (links en rechts) staan in het verlengde van de start/finishlijn tafels voor de besturing van de EJS met ieder 2 stoelen voor de lijnrechters en schrijvers.
  2. De tafels en stoelen voor de scheids- en lijnrechters dienen onder een partytent/overkapping geplaatst te worden bij kans op slecht weer.
  3. Afmetingen van de ring met een afscheiding (bijvoorbeeld lint): lengte van tenminste 45 meter en breedte van tenminste 20 meter.
  4. Een flyballbaan bestaat uit 4 hindernissen met daarachter een flyballapparaat.
  5. De afstand tussen twee wedstrijdbanen is minimaal 5 meter en maximaal 6 meter. In het midden zal een afscheiding worden geplaatst welke de CF ter beschikking stelt.
  6. Om ieder flyballapparaat staat een doorzichtige(*) scheidingswand van minimaal 100 cm. hoog (* bijvoorbeeld geplastificeerd gaas), waarbij de veiligheid voorop dient te staan. Een scheidingswand van bijvoorbeeld perspex is derhalve ongewenst.
  7. De afstand tussen de balhouder en de achter scheidingswand is minimaal 1.50 meter.
  8. De breedteafstand tussen de scheidingswanden bij ieder apparaat is minimaal 3 meter. De voorzijden van de apparaten dienen evenwijdig te staan met de uiteinden van de scheidingswanden.
  9. De afstand voor de start/finishlijn is minimaal 12 meter.(de inkomende honden moeten een goede
  10. gelegenheid hebben om uit te rennen) De afstanden van 1 t/m 12 meter dienen duidelijk aangegeven te worden.
  11. Eventueel te gebruiken matten onder de flyballbaan op een buitenterrein zijn 90 centimeter breed. Op binnenterrein (bijvoorbeeld een sporthal) dient de mat minimaal 1.50 meter breed te zijn.
  12. De afstand van de start/finishlijn tot aan de eerste hindernis is 1.80 meter.
  13. De afstand tussen de hindernissen is 3 meter (gemeten van schot tot schot).
  14. De afstand van de laatste hindernis (4e) tot aan de voorzijde van het flyballapparaat is 4.55 meter.
  15. De start/finishlijnen dienen tezamen één ononderbroken streep te vormen. De start/finishlijn moet gemaakt worden van materiaal waar honden niet over kunnen struikelen (bij voorkeur lijnen gezet met markeringsspray).

2. HINDERNISSEN

  1. De hindernissen hebben een binnenmaat van 60 cm (afwijking max. 10%). De schotten en de binnenzijde van de staanders dienen wit te zijn. Materiaal van de hindernissen dient licht en flexibel te zijn. . Zie tekening in bijlage.
  2. De minimum hindernishoogte is 20 cm.
  3. De maximum hindernishoogte is 35 cm.
  4. De hoogte van de hindernissen zal 10 centimeter lager zijn dan de schofthoogte van de kleinste deelnemende hond van het team. Dit met een minimum van 20 centimeter en afgerond op veelvouden van 5 centimeter naar beneden.

Voorbeeld:

De kleinste hond van de vier startende honden aan een race heeft een schofthoogte van 39 cm. De hindernishoogte is dan voor ALLE honden die aan de start staan: 39 - 10 = 29. Afgerond is dit 25 centimeter.

  1. Indien honden ouder dan 8 jaar deelnemen aan de wedstrijd in een team in de D-klasse, mag de spronghoogte extra verlaagd worden met 10 cm.

3. FLYBALLAPPARAAT

  1. Het flyballapparaat heeft de navolgende afmetingen met een toegestane afwijking van maximaal 10%:
  • Onderplank 80 centimeter lang bij 30 centimeter breed. .
  • Trapplank 20 centimeter breed bij 18,5 centimeter hoog, waarbij deze met de lange zijde aan de onderplank bevestigd is. De trapplank dient te worden voorzien van antislip materiaal.
  • Het huis 60 centimeter lang bij 15 centimeter breed en 22,5 centimeter hoog.
  1. De bovenkant van het huis dient geheel gesloten te zijn en bekleed met antislipmateriaal.
  2. Huis + stang in de onderste stand heeft een totale lengte van 104.5 centimeter.
  3. De kleur van het apparaat is vrij.
  4. Een plank ten behoeve van de stabiliteit van het flyballapparaat, achter het apparaat, is toegestaan. (maximaal 50 centimeter breed en maximaal 90 centimeter lang).
  5. De bal moet na de lancering een vrije slag hebben van minimaal 60 centimeter.
  6. Het flyballapparaat dient tijdens wedstrijden als volgt afgesteld te zijn: Arm zwevend, nadat deze geheel naar beneden is gedrukt en het ijkgewicht in de bovenste cup is geplaatst. Zie tekening in bijlage met een aantal aanbevelingen voor het flyballapparaat.
  7. De scheidsrechter/lijnrechter heeft het recht voor het inspringen het flyballapparaat te controleren. Indien deze een afwijking vertoont die gevaar oplevert voor de honden heeft de scheidsrechter/lijnrechter het recht om het flyballapparaat af te keuren. De inspectie betreft slechts een visuele inspectie met betrekking tot afmetingen en gericht op de veiligheid van de hond.

4. BALLEN

  1. Iedere balsoort is toegestaan mits daarbij de veiligheid voor honden in acht wordt genomen.
  2. Het is verboden ballen een dusdanig geluid maken door middel van een piep of bel.

HOOFDSTUK VII WEDSTRIJDREGLEMENT

1. TEAM

  1. Ieder team bestaat uit minimaal 5 honden en maximaal 6 honden. Een ballenlader en coach maken tevens deel uit van het team.
  2. Om de wedstrijd snel te laten verlopen is het toegestaan maximaal 2 helpers in de ring te hebben, om het team te assisteren.

2. INSPRINGEN

  1. Voor aanvang van het toernooi krijgt ieder team de gelegenheid om in te springen. De inspringtijd bedraagt maximaal 6 minuten.

3. BETREDEN WEDSTRIJDRING

  1. Om calamiteiten te voorkomen dient de ring betreden te worden aan de kant van de apparaten en dient het uitlopen aan de kant van de reservebanken plaats te vinden. Wachtende teams dienen op een gepaste afstand klaar te staan aan de zijkant van de ring.

3. RACE

  1. Tijdens de race bestaat een team uit 4 honden, en maximaal 2 reservehonden.
  2. Tijdens een race van het team dienen de reservehonden zich in de gereserveerde wachtruimte te bevinden.
  3. Vier honden moeten achtereenvolgens over vier hindernissen springen, het apparaat in werking stellen door middel van de trapplank, de bal vangen en met de bal in de bek weer terug over de vier hindernissen terug naar de handler.
  4. Het team waarvan als eerste vier honden reglementair over de finish zijn gekomen, is winnaar van de race.
  5. Teams zijn zelf verantwoordelijk voor de juiste hindernishoogte tijdens de wedstrijden.

4. STARTEN

  1. Honden mogen uit staande of rennende positie starten op het startsignaal van het EJS-systeem.
  2. Na het activeren van het EJS systeem zal de rode lamp gaan branden gevolgd door de eerste gele lamp, tweede gele lamp en groene lamp. Op het moment dat de groene lamp gaat branden wordt de tijd in werking gesteld.
  3. De hond heeft 3 seconden nadat de rode lamp gaat branden om over de startlijn te gaan, indien de hond binnen deze 3 seconden de startlijn passeert en zodoende de 1e rij sensoren verbreekt is er sprake van een valse start en zal er een witte lamp gaan branden op de betreffende baan. De lijnrechter zal vervolgens de rode foutlamp laten branden. De desbetreffende hond dient dan achteraan zijn team aan te sluiten en mag overlopen.
  4. De tweede hond mag starten als de eerste hond met welk deel van zijn lichaam dan ook, de start/finishlijn passeert (op de grond of in de lucht).
  5. Handlers mogen niet meelopen met de honden en dienen achter de start/finishlijn te blijven staan.

5. OMGOOIEN VAN HINDERNISSEN

  1. Een hond die een hindernis omgooit behoeft niet over te lopen mits de hond de hindernis neemt alsof hij rechtop zou staan. Dit geldt ook voor de eventuele honden die daarna lopen.
  2. Een helper mag tijdens de race omgevallen hindernissen recht zetten of verloren ballen oprapen. Na bedoelde handeling dient hij/zij zich zo spoedig mogelijk weer achter de start/finishlijn te begeven.

6. VANGEN VAN DE BAL

  1. Een hond die de bal niet in één keer vangt behoeft niet over te lopen, mits hij/zij met de bal in de bek over de vier hindernissen en de start/finishlijn terugkomt.

7. BALLENLADER

  1. Tijdens een race dient de ballenlader de volgende houding achter het apparaat in te nemen tijdens de races:
  2. Stil en rechtop staan;
  3. Met de handen op de rug staan, waarbij de bal voor de hond niet zichtbaar mag zijn;
  4. De eenmaal ingenomen houding dient te worden gehandhaafd per hond, tijdens de dan te lopen race.
  5. Uitzonderingen op bovenstaande regels zijn:
  6. Indien de ballenlader de handen achter de rug vandaan haalt om een bal in het apparaat te doen, dit op het moment dat de hond zich in teruggaande richting bevindt en voordat de volgende hond de start/finish lijn passeert;
  7. Als de bal in de balhouder terugvalt of vast komt te zitten mag de ballenlader het apparaat opnieuw laden.;
  8. Indien de ballenlader bemerkt dat het apparaat niet functioneert, maakt hij dit kenbaar door voor het apparaat te gaan staan.
  9. De ballenlader mag een hond verbaal aanmoedigen.
  10. De ballenlader blijft op zijn plaats totdat de scheidsrechter de race beëindigd heeft verklaard. De ballenlader mag dan van zijn plaats om ballen op te halen.
  11. De ballenlader dient gebruik te maken van een ballenzak dan wel ballenhouder die op het lichaam gedragen kan worden.
  12. Handelt de ballenlader in strijd met punt 7a, met inachtneming van punt 7b, dan wordt dit kenbaar gemaakt doordat de lijnrechter de foutlamp in werking stelt voor de aankomende hond.
  13. Het is niet toegestaan om ballen in emmers, bakken of iets dergelijks in de ring te hebben.

8. SCHEIDSRECHTER

  1. Per ring is 1 scheidsrechter aanwezig, welke verantwoordelijk is voor het verloop van de race.
  2. Start: De scheidsrechter geeft door middel van een fluitsignaal het einde van de 2 minuten voorbereidingstijd aan. De teams dienen dan klaar te staan om de wedstrijd te starten. Het fluitsignaal dient tegelijkertijd als signaal voor de lijnrechter, om het EJS systeem binnen 30 seconden te starten.
  3. Bij races in de voorronde van een competitiewedstrijd zal de scheidsrechter de race beëindigen wanneer beide teams de race voltooid hebben, dan wel de 60 seconden grens bereikt is.
  4. In de eindronde zal de scheidsrechter de race beëindigen met twee korte fluitsignalen wanneer één van de teams een race op reglementaire wijze heeft beëindigd.
  5. Indien de scheidsrechter tijdens een race onreglementaire hoogte van de hindernissen bemerkt wordt de race gestaakt en het desbetreffende team als verliezer van die race aangewezen. In een voorronde is de straf 60 seconden voor die race.
  6. Indien de scheidsrechter voor de wedstrijd van mening is dat de juiste hindernishoogte niet gehanteerd wordt, mag hij de schofthoogte van de honden meten.
  7. Indien de scheidsrechter van mening is dat naar aanleiding van deze meting de hindernishoogte aangepast dient te worden is het betreffende team verplicht om de hindernissen aan te passen volgens de aanwijzingen van de scheidsrechter.
  8. Wanneer een reservehond moet worden ingezet dan wel ingezet wordt, blijft de regel gelden dat teams zelf verantwoordelijk zijn voor de reglementaire hindernishoogte.
  9. Wanneer een flyballapparaat tijdens de wedstrijd volgens de ballenlader niet functioneert, zal de scheidsrechter de wedstrijd staken. De scheidsrechter zal, nadat hij zelf geconstateerd heeft dat het apparaat niet functioneert, gelegenheid geven om, binnen een redelijke tijd, een ander apparaat te plaatsen indien een team dat wil. Indien na onderzoek van de scheidsrechter blijkt dat het apparaat wel functioneert wordt het desbetreffende team als verliezer aangemerkt, dan wel volgt er een 60 sec. tijd.
  10. Wanneer de scheidsrechter van mening is dat een team door het gedrag van leden dan wel honden van het concurrerende team benadeeld wordt, is hij gerechtigd het team dat zich niet gedraagt als verliezer aan te merken. Gebeurt dit in de voorronde, dan kan er een sanctie van 2 maal 60 seconden In de eindronde zal dat team als verliezer van de wedstrijd aangemerkt worden.
  11. De scheidsrechter bepaalt op welk moment er vier ballen reglementair zijn overgebracht.
  12. Indien een hond tijdens een race de ring verlaat (dit geldt niet voor honden die een lange uitloop hebben en om die reden de ring uitlopen) zal de scheidsrechter voor dat team de race staken als het een race in de voorronde is. Er wordt een tijd genoteerd van 60 seconden. Gebeurt dit in de eindronde, dan zal de scheidsrechter het desbetreffende team als verliezer van die race aanmerken.
  13. Indien er door de scheidsrechter (of lijnrechter) geconstateerd wordt dat een hond zijn behoefte doet in de ring, dan zal de scheidsrechter het desbetreffende team, ongeacht de stand op dat moment, de volgende sanctie opleggen: In de voorronde, een sanctie van 2 maal een tijd van 60 seconden, in de eindronde zal dat team als verliezer van de wedstrijd aangemerkt worden.
  14. Loopse en/of geblesseerde honden worden door de scheidsrechter uit de wedstrijd genomen.
  15. De door de scheidsrechter genomen beslissingen zijn niet discutabel.
  16. De scheidsrechter heeft tijdens een toernooi de eindverantwoordelijkheid wat betreft de naleving van het spelreglement.
  17. Bevoegdheden scheidsrechter:
  • De scheidsrechter is bevoegd in de niet genoemde gevallen beslissingen te nemen die een sportieve voortzetting van de wedstrijd waarborgen;
  • Beslissingen van de scheidsrechter zijn bindend. Protesten over de rangschikking, in welke vorm ook, zijn niet mogelijk. M.u.v. punt 3e Hoofdstuk 1.

9. LIJNRECHTER(S)

  1. Per ring zijn 2 lijnrechters aanwezig.
  2. De lijnrechters zitten op de start/finishlijn met de gezichten naar elkaar toe achter de bediening van het EJS-systeem.
  3. De lijnrechters dienen op hun plaats te blijven tijdens de wedstrijd.
  4. De lijnrechters maken fouten kenbaar door het activeren van één van de foutlichten van het EJS systeem. (Rood voor hond 1, etc.)
  5. De volgende fouten kunnen worden gesignaleerd:
  6. Een hond start te vroeg.
  7. Een handler of een voorwerp van hem/haar komt tijdens een race over/op de start/finishlijn met uitzondering van het pakken van een losse bal of het rechtzetten van een hindernis.
  8. De hond neemt niet alle vier de hindernissen heen en terug.
  9. De hond passeert de finishlijn zonder bal.
  10. De hond stelt het flyballapparaat niet reglementair in werking.
  11. Door toedoen van de hond komt een bal achter/naast de scheidingwand terecht.
  12. De ballenlader staat niet reglementair op het moment dat de hond de start/finishlijn passeert richting het flyballapparaat.
  13. De hond waar dit signaal betrekking op heeft moet over lopen en achteraan sluiten. Betreft het de laatste hond van het team dan moet deze opnieuw starten vanaf de start/finishlijn.
  14. Ieder teamlid is verantwoordelijk voor het opmerken van lichtsignalen m.b.t. zijn/haar hond.
  15. De witte lampen zijn bedoeld als hulpmiddel voor de lijnrechters en niet voor de teams. Het is aan de lijnrechters om een fout toe te kennen aan de hond als er een witte lamp brandt.

 

 

HOOFDSTUK VIII STRAF- en SLOTBEPALINGEN

1. AANSPRAKELIJKHEID

  1. Tijdens een toernooi is de handler aansprakelijk voor alle schade die de hond aanricht.
  2. De RvB noch de TOV of namens deze optredende functionarissen kunnen voor deze schade aansprakelijk worden gesteld.

2. TOV

  1. Indien de TOV één of meer bepalingen van dit reglement niet naleeft, kan de RvB de TOV voor twee jaar uitsluiten van het organiseren van toernooien.

 

3. HONDEN EN/OF DEELNEMER

  1. Iedere deelnemer wordt geacht de belangen van zijn/haar hond boven het wedstrijdresultaat te stellen.
  2. Het is verboden honden op het wedstrijdterrein buiten de wedstrijdring los te laten lopen.
  3. Het dragen van een prikband is totaal verboden.
  4. Het is verboden honden op het wedstrijdterrein te koop aan te bieden.
  5. Het gebruik van voer of het gooien van een bal in de ring is verboden.
  6. Het slingeren of zwaaien van het voorwerp om de hond terug te roepen is wel toegestaan.
  7. De korte riemen (handvaten) welke tijdens een race aan het tuig c.q. halsband blijft zitten mogen geen gevaar opleveren voor de honden. Dit naar inzicht van de scheidsrechter.
  8. Indien de hond of de deelnemer tijdens de wedstrijd handelt in strijd met het KR, met dit reglement of met de ter uitvoering daarvan gestelde bepalingen, dan wel zich op andere wijze duidelijk misdraagt, kan de scheidsrechter de combinatie uitsluiten van verdere deelname aan de wedstrijd.
  9. Indien een deelnemer zowel in of buiten de wedstrijdring een hond zichtbaar lichamelijke straf toebrengt, kan, mits dit door een official is geconstateerd, men van verdere deelname worden uitgesloten.
  10. Als vorenbedoeld handelen aan de deelnemer verweten kan worden, kan de betreffende official aan de RvB voorstellen om alle behaalde resultaten van de betreffende dag van het team waarvan de deelnemer deel uit maakt te laten vervallen.
  11. Voornoemde beslissingen worden door de official schriftelijk of per email kenbaar gemaakt aan de CF welke op haar beurt deze beslissing doorgeeft aan de RvB met een advies over toepassing punt 3j.
  12. De betreffende official stelt de deelnemer ter plaatse van de voorgenomen beslissing in kennis en geeft dit direct door aan de CF wedstrijdverantwoordelijke.
  13. De RvB neemt op deze voorstellen ten spoedigste een beslissing, doch niet eerder dan nadat de deelnemer en de betreffende official in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt tegenover de RvB toe te lichten.
  14. De RvB kan getuigen en deskundigen horen.
  15. De beslissing van de RvB wordt onverwijld schriftelijk aan de handler en aan de betreffende official meegedeeld.
  16. De official kan zijn:
  17. De gedelegeerde;
  18. De scheidsrechter;
  19. Een lijnrechter;
  20. De wedstrijdleider.

4. GEDRAG EN ETIQUETTE

  1. Een van de doelstellingen van flyball is het bevorderen van een goede samenwerking tussen deelnemer en hond tijdens de training en op toernooien.
  2. Deelnemers en officials zullen ten alle tijden hoffelijk en vriendelijk zijn. In geen geval zullen zij tegen hond of andere aanwezigen hun ongenoegen uiten.
  3. Ook buiten het wedstrijdterrein en op sociaal media is het uiten van ongenoegen niet gewenst, dit kan schade geven aan de sport/mens.
  4. De Coach zal bij ongewenst gedrag aangesproken worden op het gedrag van zijn/haar teamgenoot.
  5. Als er ongewenst gedrag wordt geconstateerd van een scheids-of lijnrechter is, kan hier melding van worden gemaakt bij de CF.

5. COMPETENTIE

  1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer.
  2. Indien evenwel in een geval waarin dit reglement of de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen niet voorziet, en tijdens een wedstrijd beslist moet worden, dan beslist de gedelegeerde of – indien deze niet is aangewezen - de scheidsrechter. Indien een gedelegeerde is aangewezen overlegt deze met de scheidsrechter alvorens te beslissen.
  3. Tegen beslissingen van de scheidsrechter en/of de gedelegeerde is geen beroep mogelijk.

6. STRIJDIGHEID en DISPENSATIE

  1. Zowel dit reglement als enige uitvoeringsbepaling hiervan kunnen niet strijdig zijn met het KR, met dien verstande dat daar waar afwijkingen noodzakelijk zijn, deze onder dit hoofd worden vermeld en met dien verstande dat deze te allen tijde goedkeuring behoeven van de Raad van Beheer.
  2. In bijzondere gevallen kan de Commissie Fylball dispensatie van dit reglement verlenen, met dien verstande dat besluiten hieromtrent worden medegedeeld aan de Raad van Beheer.

 

BIJLAGEN

De bijlagen zijn uitsluitend beschikbare in de PDF versie van het reglement

 

Binnen deze sectie van onze website tref je informatie op welke manier je kunt gaan deelnemen aan de Flyball toernooien.

Wat is Flyball? Hoe is Flyball ontstaan? Waar kan ik Flyball trainen? Organiseren jullie workshops of demonstraties Flyball? 

Op deze en andere vragen tref je binnen dit onderdeel van onze website de antwoorden aan. Staat je vraag er niet bij neem dan contact met ons op.

Om voor iedereen duidelijkheid te verschaffen hebben wij in dit artikel het inschrijfproces 2016 (concept) gevisualiseerd. 

  • Opening inschrijving8 weken het toernooi
    De mogelijkheid tot inschrijven via flyballcompetitie.nl wordt geopend op de zondagavond om 19:00. Om de inschrijving volledig te maken dient de betaling aan de vereniging te worden voldaan.
  • Sluiting inschrijving3 weken voor het toernooi
    De mogelijkheid tot inschrijven via flyballcompetitie.nl wordt gesloten.
  • Laatste mogelijkheid tot uitschrijven2 weken voor het toernooi
    Een team dat zich heeft ingeschreven heeft de laatste mogelijkheid om zich kosteloos uit te schrijven.
  • Vaststellen deelnemers2 weken voor het toernooi
    Het wedstrijdsecretariaat en de organiserende vereniging controleren of de ingeschreven teams hebben voldaan aan de inschrijvingsvereisten. De vereniging heeft het recht om een team dat niet heeft betaald uit te sluiten van deelname!
  • Inspringschema gereed1 week voor het toernooi
    Het inspringschema en andere relevante documenten worden gepubliceerd en/of beschikbaar gesteld via de website en/of beschikbaar gesteld aan de vereniging.

 

­